Wij gebruiken cookies voor het verzamelen en analyseren van websitestatistieken. Klik je verder op deze site, dan ga je akkoord met het plaatsen en uitlezen van cookies.

Passief huis bouwen

Passief huis

Het toppunt van energiezuinig en duurzaam bouwen is een passief huis (zie www.passiefbouwen.nl).

De kenmerken van het passiefhuis-concept zijn:

  • Gedoseerd binnenkrijgen wat de zon levert door oriëntatie van de woning op de kavel en keuze van glasoppervlakken
  • Vasthouden wat er binnen is; goed isoleren, luchtdicht bouwen plus ventileren en de warmte daarvan terugwinnen.
  • Buiten houden van ongewenste warmte door toepassing van zonwering in de zomer.
  • Eruit halen wat je teveel hebt; toepassen van zomer-nachtventilatie.


Wat is passief bouwen?

Een passief gebouw is extra goed geïsoleerd, kierdicht uitgevoerd en voorzien van drievoudig glas.

De eerste winst zit immers in warmte die in het stookseizoen wordt vastgehouden en niet verloren gaat. Een passief gebouw kan met vrijwel alle materialen en constructiemethoden worden gerealiseerd. Naarmate er meer massa van materialen binnen de isolatie wordt gebracht, slaan deze warmte op, waarmee de temperatuur in het gebouw wordt gestabiliseerd.

De passieve bouwmethode zegt niets over het materiaalgebruik, maar gaat over het netto energieverbruik per vierkante meter en het maximale primaire energieverbruik per jaar. De schil van het gebouw kan derhalve met synthetische-, minerale- of biobased (isolatie-) materiaal worden gebouwd en geïsoleerd. Er kan voor een dampdicht of een dampopen-systeem worden gekozen.

Finnlogs is voorstander van het dampopen systeem in combinatie met natuurlijke isolatiematerialen.

Passieve gebouwen zijn voorzien van zeer goede ventilatiesystemen met warmteterugwinning. Door een bijzondere ventilatie-installatie wordt steeds evenveel verse lucht ingebracht als vuile lucht afgezogen. Daardoor kan de warmte van de binnenlucht in het stookseizoen worden overgedragen aan de binnengebrachte, frisse buitenlucht. Dit is een beproefde techniek die in het buitenland al decennia lang standaard wordt toegepast.

Een passief gebouw wordt op het zuiden georiënteerd. Afwijkingen van 20 tot 30 graden van het zuivere zuiden zijn nog toegestaan. Door de zuid-oriëntatie is het mogelijk passieve zonnewarmte in het stookseizoen te gebruiken. Maar in de zomer is die zuid-oriëntatie nog belangrijker om oververhitting te voorkomen. Hoe zit dat?

De zonnebaan heeft hiervoor een interessant ingebouwd regelmechanisme. In het zuiden staat de zon in de winter veel lager aan de hemel dan in de zomer. Daardoor kan de winterzon gemakkelijk binnen komen en kan ongewenste zomerzon gemakkelijk worden buiten gehouden met bijvoorbeeld grote overstekken en/of goede zonwering.

Een passief gebouw heeft grote ramen aan de zuidkant en vaak kleinere ramen aan de noordzijde. Het pand is compact gebouwd om de hoeveelheid geveloppervlak zo beperkt mogelijk te houden.

Een passief gebouw heeft ook interne zonwering. Dat wil zeggen dat ruimten waar warmte gewenst is, aan de zuidkant liggen. Denk daarbij aan woonkamers, kinderkamers en dergelijke. Ruimten die warmte produceren of geen warmte nodig hebben, liggen juist aan de noordkant. Dat zijn keukens, trappenhuizen, bergplaatsen, garages en dergelijke.

 

De belangrijkste energetische eisen voor het passiefhuis-concept, zijn:

  • De netto-energievraag voor ruimteverwarming per m2 gebruiksoppervlak bedraagt maximaal 15 kWh per jaar voor nieuwbouw en 25 kWh voor renovatie.
  • De totale primaire energiebehoefte per m2 gebruiksoppervlak bedraagt maximaal 120kWh per jaar voor nieuwbouw en 130 kWh voor renovatie.

Tot de totale primaire energiebehoefte behoren het gebouwgebonden energiegebruik voor verwarming en koeling, ventilatie, warm tapwater en verlichting en het gebruiksgebonden energiegebruik.

Voor de primaire energiebehoefte worden het opwekkingsrendement en het systeemrendement van de elektriciteitscentrales en de verwarmingssystemen verrekend. Gezien het huidige rendement van de elektriciteitscentrales in Nederland houdt dit in dat één kWh elektriciteitsverbruik tot 2,6 kWh primair energiegebruik telt.

  • De eis die wordt gesteld aan het beperken van ongewenste infiltratie (luchtdichtheid) is 0,6 h-1 bij 50 Pa drukverschil (n50 < 0,6 h-1). Dat wil zeggen dat de inhoud van de woning maximaal 0,6 keer per uur als gevolg van lucht door luchtlekken wordt “ververst”.
  • Compact bouwen; hierbij gaat het om de verhoudingen tussen de oppervlakte van de buitenschil ten opzichte van de beschikbare m3 in het gebouw.